
Stel: je hebt een stuk gekregen om voor te bereiden voor de volgende les. Je ziet vooral een hoop noten, een zwarte brij misschien wel, en je denkt: laat ik maar snel beginnen! Omdat je een overzicht wil van het hele stuk worstel je je erdoorheen van begin tot eind. En omdat je het stuk vlug genoeg (namelijk voor de volgende les) al wel een beetje in de vingers wil hebben, speel je er nog een keer doorheen. En nog een keer. Er zijn zoveel noten te verwerken dat je er zoveel mogelijk wil 'meenemen' tijdens het oefenen. Dus je laat de brij de brij en hoopt dat die door de herhaling in je vingers komt. Resultaat: op de les speel je zowaar het hele stuk door, maar het voelt en klinkt allemaal nogal warrig en rommelig. Je worstelt je er nog steeds doorheen, in plaats van dat je lekker aan het spelen bent.
Ik begrijp heel goed dat stilstaan bij wat je nu eigenlijk precies speelt niet zo aantrekkelijk lijkt. Het duurt in eerste instantie lang, je hoort niet meteen het muziekstuk dat je zo graag wil kunnen spelen. Het lijkt alsof je achteruit gaat omdat je allemaal noten moet weglaten. Toch ben ik een groot voorstander van 'stilstaan', omdat ik weet uit ervaring dat dit juist zorgt voor het vlugste, en - niet onbelangrijk - het mooiste resultaat.
Er is een bepaald soort lef voor nodig. Je wil eigenlijk snel, maar daarvoor moet je juist vertragen. Je wil de gehele klank laten horen, maar daarvoor moet je die klank eerst opdelen in losse melodietjes. Je moet het idee van het geheel, het resultaat, durven loslaten, en je gewoon eens rustig aan gaan bezighouden met de verschillende elementen die je in het stuk tegenkomt.
Als voorbeeld een fragment van Yann Tiersen:

Dit alles tegelijk spelen kost eigenlijk heel veel brein-energie (tenzij je wel wat moeilijke stukken gewend bent). Je vingers moeten allerlei verschillende dingen tegelijkertijd doen en je brein moet dat allemaal zien te verwerken. Maar meestal is je brein daar nog helemaal niet klaar voor! Het kan niet zoveel tegelijk aan, de nieuwe informatie moet eerst opgebouwd worden. Ook je oren kunnen niet meteen al die verschillende klanken onthouden.
Dus wat je doet, is één stem eruit pikken. Meestal is het fijn om te beginnen met de melodie, de lijn die er het meest uitspringt, die het meest herkenbaar is. Speel enkel die lijn, laat de rest even met rust. Luister naar de melodie, voel hoe je vingers hun weg vinden, en misschien kan je het na een paar keer uit je hoofd of zelfs met je ogen dicht.
Vervolgens pak je de baslijn. Deze is vaak minder herkenbaar, maar wel nog duidelijk te onderscheiden. Speel ook die los van de rest, volg de lijn, zing hem mee, speel hem uit je hoofd. En luister dan eens hoe de bas samen klinkt met de melodie. Vaak werken ze goed samen en hoor je dit terug.
Het moeilijkste, want het minst duidelijk te onderscheiden, zijn de tussenstemmen, vaak (gebroken) akkoorden. Luister naar de harmonieën, zijn ze dissonant, consonant, vind je ze mooi, of vreemd? En dan: hoe klinken ze samen met de bas? Meestal vallen de harmonieën samen met de bas en klinkt dat als een logisch geheel.
Tot slot speel je alle stemmen samen. De losse stemmen worden een geheel, ze vullen elkaar aan. Je oren hebben alle stemmen verwerkt, en je brein ook. Je weet nu wat je speelt. Het is geen brij noten meer. En de truc is: wanneer je dit één keer met aandacht hebt gedaan, weet je het voor alle komende oefensessies. Het zit in jou opgeslagen, omdat je er de tijd voor hebt genomen om je brein alle laagjes één voor één te kunnen opbouwen. En op deze manier komt het resultaat van die brij noten (die dus geen brij meer is) veel sneller in zicht dan wanneer je de brij een brij had gelaten.